Aristoteles

Aristoteles wordt ‘de eerste bioloog’ genoemd. Zijn gedachtes zijn nog steeds het begin van elk studieboek over ethiek. Hij heeft boeken geschreven over psychologie, dierkunde, dromen en astronomie. Hij kreeg les van Plato, en gaf les aan Alexander de Grote. Zijn leven was veelbewogen, en zijn invloed is nog steeds merkbaar.

Aristoteles werd in 384 voor Christus geboren in Stageira, een dorp in Griekenland. Zijn vader was een beroemde arts, zijn moeder kwam uit een bekende familie. Maar zijn ouders stierven al vroeg. Aristoteles kwam terecht in Athene, en werd een leerling van Plato. Hij zou ruim twintig jaar lid blijven van Plato´s Akademie. Hier viel hij niet alleen op vanwege zijn intelligentie, maar vooral door zijn praktische instelling. Aristoteles wilde de wereld ervaren en observeren. Op die manier, vond hij, kun je echt iets te weten komen. Hij onderzocht dieren en planten en keek naar de sterrenhemel.

Na het overlijden van Plato reisde hij rond en gaf hij les. Zijn bekendste leerling was Alexander de Grote, de grote Griekse veroveraar. In 335 voor Christus keerde hij weer terug naar Athene. Hier richtte hij een eigen school op. In 323 voor Christus overleed Alexander de Grote. In de stad ontstond onrust, en Aristoteles werd als verrader gezien. Hij vluchtte naar het landgoed dat oorspronkelijk van zijn moeder was, en overleed in 322 voor Christus. Aristoteles was toen 61.