Toegepaste ethiek

In het begin van de twintigste eeuw ontstond er een behoefte aan een meer praktische ethiek. De ontwikkelingen in de geneeskunde, techniek en politiek zorgen er voor dat er steeds meer ethische keuzes te maken waren die zeer veel mensen zouden beïnvloeden. Toen is het vakgebied ontstaan dat zich vooral bezig houdt met maatschappelijke keuzes, de toegepaste ethiek.

In de middeleeuwen was het heel gewoon om aan de hand van een bepaalde situatie te bekijken wat een ethische keuze was en wat niet. Maar langzamerhand raakte dit ‘uit de mode’; filosofen zochten naar algemene principes, rekenmodellen en theorieën die voor alle denkbare situaties geldig zijn. In de twintigste eeuw was er een terugkeer naar de casuïstiek te zien; het aan de hand van een casus, een specifieke situatie, bediscussiëren wat hier een verantwoorde keuze is.

Vooral bij de geneeskunde staan ethische kwesties in de belangstelling. Om een voorbeeld te noemen: Moet je iemand blijven behandelen als de kans op genezing klein is? En wat als de patiënt dat zelf niet wil?

Andere gebieden waar een praktische ethiek wordt toegepast zijn de milieu-ethiek en de economische ethiek. Veel bedrijven hebben de laatste jaren ook meer aandacht voor ethische kwesties. Dit komt deels door druk van buitenaf: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) is ‘in’, en het is goed voor je concurrentiepositie om als een ethisch bedrijf bekend te staan. Toch is er bij veel bedrijven ook sprake van een interne motivatie. Mensen willen over het algemeen liever ‘goed’ dan ‘slecht’ handelen, en er is geen enkele set bedrijfsregels die alle mogelijke ethische keuzes kan bevatten. Daarom ontstaan er in steeds meer bedrijven gesprekken over ethiek, en is de bedrijfsethiek uitgegroeid tot een apart onderdeel van de toegepaste ethiek.