Aurelius Augustinus

Augustinus heeft in de vierde eeuw na Christus een verbinding gemaakt tussen het christelijke geloof en de Griekse filosofie. Rond zijn dertigste, na een wellustig leven zoals hij zelf zegt, bekeerde hij zich tot het christendom.

Augustinus werd in 354 geboren in Thagaste, het huidige Algerije, als zoon van een christelijke moeder en een ´heidense´ vader. Na zijn bekering scheidt hij van zijn vrouw en besluit hij celibatair te gaan leven. Hij werd priester, en in 396 bisschop van het bisdom Hippo Regius in Noord-Afrika.

Bisschop Augustinus vond dat het de plicht was van ieder mens om God te leren kennen. En de enige manier om dat te bereiken is via zelfkennis. Volgens hem is de menselijke wil de bron van alle kwaad. Het goede is dat wat gelijk blijft en eeuwig is, het kwade dat wat veranderd, of waar een gebrek is. Het goede leven bestaat er uit geen gebrek te hebben en je te richten op God. De wil naar het goede staat gelijk aan liefde ervoor. Zijn filosofie is gebaseerd op de ideeën van Plato.

Tot in de dertiende eeuw bleef de Platoonse filosofie van Augustinus de belangrijkste stroming in het christendom. Dit duurde totdat Thomas van Aquino zijn werken over Aristoteles schreef.