John Stuart Mill

John Stuart Mill (1806-1873) werd door zijn vader zeer streng opgevoed. Hij werd elke dag overhoord over de boeken die hij had gelezen, en voor speelgoed was er geen tijd. Toch heeft John Stuart Mill een aantal voor die tijd zeer revolutionaire ideeën ontwikkeld.

Mill werd opgeleid tot geestelijke, maar besloot in 1823 om voor de Britse Oost-Indische Compagnie te gaan werken. In 1858 nam hij ontslag, omdat hij het niet eens was met het beleid van de Compagnie. In 1865 werd hij lid van het Britse parlement. Al deze tijd heeft hij stukken geschreven over onder andere politiek, economie en opvoeding.

Zijn peetoom Jeremy Bentham heeft veel invloed gehad op zijn denkbeelden, maar misschien nog wel belangrijker was zijn grote liefde Harriet Taylor. Samen met haar heeft hij veel geschreven over vrouwenemancipatie. Hij vond dat vrouwen in de negentiende eeuw onderdrukt werden door mannen. Daarnaast was hij een voorstander van het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Dit waren in zijn tijd zeer opzienbarende ideeën.

Toen Harriet Taylor in 1858 in Avignon overleed, kocht Mill daar een huis om haar graf te kunnen blijven bezoeken. Tot zijn dood in 1873 woonde hij zowel in Londen als in Avignon.